
De motorische ontwikkeling van kinderen: van wiebelen en wriemelen naar groeien en leren
De motorische ontwikkeling van kinderen is een complex proces waarin ze stap voor stap controle krijgen over hun bewegingen. Dit proces begint al bij de geboorte en verloopt volgens een bepaalde volgorde. Maar wat als een kind afwijkt van het standaardplaatje? In deze blog ga ik dieper in op de normale motorische ontwikkeling, mogelijke afwijkingen en de gevolgen daarvan, met een focus op kinderen van 0 tot 6 jaar. Ook leg ik uit wat het verband is tussen motorische problemen en leerproblemen, waarbij reflexintegratie een cruciale rol speelt.
De normale motorische ontwikkeling
Motorische ontwikkeling kan worden onderverdeeld in grove en fijne motoriek:
- Grove motoriek: bewegingen waarbij grote spiergroepen betrokken zijn, zoals rollen, kruipen, lopen en springen.
- Fijne motoriek: bewegingen die kleinere spiergroepen vereisen, zoals grijpen, tekenen en knippen.
De motorische ontwikkeling verloopt in een bepaalde volgorde, waarbij kinderen eerst de controle krijgen over hun hoofd en nek, daarna hun romp, en uiteindelijk hun armen en benen. Hieronder volgt een globaal overzicht van de mijlpalen in de motorische ontwikkeling van 0 tot 6 jaar:
- 0-3 maanden: Baby’s beginnen hun hoofd kort op te tillen en bewegen hun armen en benen willekeurig.
- 3-6 maanden: Baby’s ontwikkelen meer controle over hun hoofd, grijpen naar voorwerpen en beginnen met rollen.
- 6-9 maanden: Baby’s leren zitten zonder steun en beginnen te kruipen.
- 9-12 maanden: De eerste stapjes worden gezet; kinderen trekken zich op aan meubels.
- 1-2 jaar: Lopen zonder steun, rennen, klimmen en bal gooien.
- 2-3 jaar: Betere coördinatie, traplopen, kleuren en eenvoudige puzzels maken.
- 3-4 jaar: Balanceren op één been, fietsen op een driewieler, knippen en simpele vormen tekenen.
- 4-6 jaar: Nog meer verfijning van motorische vaardigheden, zoals knoopjes dichtdoen, hinkelen en veters strikken.
Dit is een algemene richtlijn, maar niet alle kinderen ontwikkelen zich exact volgens deze fasen. Sommige kinderen lopen voor op schema, terwijl anderen juist achterlopen.
Reflexintegratie: de basis van motorische ontwikkeling
Reflexen zijn automatische bewegingen die bij baby’s aanwezig zijn en die een belangrijke rol spelen in de vroege motorische ontwikkeling. Deze primitieve reflexen zouden in de eerste levensjaren moeten integreren, zodat het kind controle krijgt over zijn bewegingen.
Wanneer bepaalde reflexen actief blijven, kan dit problemen veroorzaken. Enkele voorbeelden:
- Moro-reflex: Als deze reflex actief blijft, kan een kind overgevoelig zijn voor prikkels en snel schrikken.
- ATNR (Asymmetrische Tonische Nekreflex): Een actief blijvende ATNR kan problemen geven bij schrijven en lezen, omdat hoofdbewegingen invloed hebben op de handmotoriek.
- TLR (Tonische Labyrint Reflex): Een niet-geïntegreerde TLR kan balans- en coördinatieproblemen veroorzaken, waardoor het moeilijker wordt om stil te zitten en geconcentreerd te werken.
Door middel van specifieke oefeningen kunnen deze reflexen alsnog geïntegreerd worden, wat kan bijdragen aan een betere motorische en cognitieve ontwikkeling.
Het verband tussen motorische problemen en leerproblemen
Een goede motorische ontwikkeling is essentieel voor het leren. Kinderen leren door te bewegen en te ervaren. Wanneer de motorische ontwikkeling niet goed verloopt, kan dit gevolgen hebben voor andere vaardigheden zoals concentratie, schrijven en zelfs sociaal-emotionele ontwikkeling.
Motorische onrust is vaak een teken van een onvoldoende geïntegreerd zenuwstelsel. Kinderen die veel bewegen en niet stil kunnen zitten, doen dit vaak niet expres, maar omdat hun lichaam nog niet de juiste controle heeft ontwikkeld. Dit kan effect hebben op schoolprestaties en zelfvertrouwen.
Kinderen met motorische problemen kunnen bijvoorbeeld:
- Moeite hebben met stilzitten en aandacht vasthouden.
- Problemen ervaren met schrijfmotoriek.
- Moeite hebben met het verwerken van visuele en auditieve informatie.
- Langer de tijd nodig hebben om nieuwe vaardigheden te leren.
Hoe kun je als ouder of professional helpen?
Wanneer je merkt dat een kind motorische problemen heeft, zijn er verschillende manieren om ondersteuning te bieden:
- Beweging stimuleren: Laat kinderen veel spelen, klimmen, klauteren en rennen. Motorische ontwikkeling gebeurt door te doen!
- Reflexintegratie-oefeningen: Werk met oefeningen die helpen bij het integreren van reflexen.
- Sensorische activiteiten: Denk aan spelen met zand, water of klei om de fijne motoriek te verbeteren.
- Samenwerking met specialisten: Een kinderfysiotherapeut of reflexintegratiecoach kan ondersteuning bieden bij gerichte problemen.
Conclusie
De motorische ontwikkeling is een essentieel onderdeel van de groei van een kind. Afwijkingen in deze ontwikkeling kunnen impact hebben op leren, concentratie en zelfs sociaal gedrag. Door het vroegtijdig signaleren van motorische problemen en het werken aan reflexintegratie kunnen kinderen optimaal ondersteund worden.
Beweging is de basis van leren: hoe beter een kind zich motorisch ontwikkelt, hoe makkelijker andere vaardigheden volgen. Laten we kinderen daarom stimuleren om te wiebelen en wriemelen, want dat is hoe ze de wereld ontdekken en zich ontwikkelen!
Luister nu ook mijn de aflevering over motorische ontwikkeling op mijn podcast op Spotify!
Reactie plaatsen
Reacties